Klimaatsubsidie aanvragen? Dit zijn de voorwaarden
Als je klimaatsubsidie wilt aanvragen, is het belangrijk dat je eerst de voorwaarden leest. Doe dit voordat je aan de slag gaat met de maatregelen, want je vraagt de subsidie achteraf aan.
Algemene voorwaarden
- Dien je aanvraag binnen zes maanden na aankoop van de spullen die je nodig hebt én het afronden van de werkzaamheden voor de maatregel in.
- Hou er rekening mee dat je foto’s moet insturen bij je subsidieaanvraag. Maak deze voor, tijdens en na de werkzaamheden zodat je altijd de juiste foto’s hebt.
Voorwaarden voor het planten van bomen
- Je kunt subsidie krijgen voor maximaal vijf bomen.
- Het moeten inheemse bomen zijn, dus bomen die hier van nature voorkomen.
- De boom moet op de bomenlijst staan (Excelbestand).
- Je kunt geen subsidie krijgen voor bomen die geplant worden binnen 2 meter van de erfgrens.
- De oppervlakte van jouw tuin moet in verhouding zijn met de boomgrootte. Daarom gelden de volgende uitgangspunten om voor subsidie in aanmerking te komen:
Oppervlakte en boomgrootte
Tuin oppervlakte | Boomgrootte (volwassen hoogte) |
< 50 m2 (onder andere voortuinen) | tot 6 m |
50 - 200 m2 | 6 - 12 m |
> 200 m2 | >12 m |
Type boom en stamomtrek
Type boom | Stamomtrek (gementen op 1m hoogte bij aanschaf) |
Inheemse boom | >12 cm |
Voorwaarden voor Ontstenen en vergroenen
- de aanvraag betreft een bestaand pand;
- de voorzieningen die worden aangelegd betreffen het vervangen van verharding door inheemse beplanting als gras, planten of struiken.
- er dient minimaal 5 m2 verharding vervangen te worden door beplanting.
Voorwaarden voor het Aanleggen van een groen dak
- de aanvraag wordt gedaan voor het aanleggen van een groen dak op een bestaand pand;
- het groene dak bestaat voor minimaal 75% uit inheemse beplanting.
- Het groene dak krijgt minimaal 3 lagen: een wortelkerende laag, een substraatlaag en een vegetatielaag.
Voorwaarden voor het Afkoppelen van dakoppervlak
Er zijn twee manieren waarop je het dakoppervlak kunt afkoppelen, zodat regenwater niet meer in het gemengd riool terechtkomt.
Afkoppelen zonder voorziening voor berging/infiltratie
- Het afkoppelen gebeurt bij een bestaand pand.
- Bij infiltratie op eigen terrein moet er sprake zijn van voldoende niet afgedekte bodem die geschikt is voor infiltratie van regenwater of moet het afgekoppelde hemelwater kunnen worden geloosd op het hemelwaterriool of in oppervlaktewater.
Afkoppelen met voorziening voor berging/infiltratie
- Het afkoppelen gebeurt bij een bestaand pand.
- De voorziening voor regenwateropslag heeft een minimale capaciteit van 20 liter per afgekoppelde m2 dakoppervlak.
- De infiltratiecapaciteit van de bodem is groot genoeg om het afstromende water te verwerken.
Bent u niet de eigenaar van het pand waar u afkoppelt of koppelt u samen met de buren af? Stuur dan een Ingevuld toestemmingsformulier mee met uw subsidieaanvraag.
Voorwaarden voor een Voorziening voor regenwateropslag (regenton, -schutting of – zuil)
- De voorziening komt bij een bestaand pand.
- De regenwateropslag heeft een minimale capaciteit van 100 liter.
- Je kunt subsidie krijgen voor maximaal twee regentonnen of twee segmenten (bij het plaatsen van een regenschutting of -zuil) per pand.
Meer weten over deze regeling?
De gehele regeling is beschikbaar op www.overheid.nl.